XPRINT · DRUKBESTANDEN
Maak je bestanden drukklaar
Controleer vóór het uploaden. De richtlijnen voor de gekozen configuratie en een goedgekeurd productsjabloon hebben voorrang.
Standaard kleurendruk: CMYK-PDF, correct eindformaat en ingesloten lettertypen. Volg de productspecifieke aanwijzingen voor afloop, textielbestanden en graveren.
PDF · PNG · JPEG · TIFF · ZIP · maximaal 10 bestanden, 20 MB per bestand, 100 MB totaal. ZIP zonder wachtwoord, alleen PDF- en afbeeldingsbestanden.
Bestandsformaat en schaal
- Lever bij voorkeur een drukklare PDF aan, idealiter PDF/X-4. Maak het bestand op schaal 1:1 in mm. Stuur geen schermafbeeldingen, miniaturen of reeds ingeslagen productievellen.
- Het ingestelde formaat is het eindformaat na het snijden. Afloop ligt daarbuiten. Stel de PDF-TrimBox correct in; voeg alleen druktekens toe als dit is afgesproken. Een goedgekeurd productsjabloon heeft voorrang.
CMYK en drukkleur
- Maak of exporteer de druk-PDF voor standaard vierkleurendruk in CMYK. RGB-schermkleuren kunnen bij conversie veranderen; felle kleuren kunnen buiten het drukbare bereik vallen. Spreek het juiste ICC-profiel af met XPrint en sluit het in; wijs niet zomaar een profiel toe.
- Gebruik voor kleine zwarte tekst waar mogelijk alleen zwart (C0 M0 Y0 K100). Spreek steunkleuren, witte inkt, metallic effecten en kritische huisstijlkleuren vooraf af. Een schermvoorbeeld is geen bindende kleurproef.
- PNG kan geen CMYK opslaan. Bestaande RGB/PNG-bestanden kunnen ter controle worden geüpload; daarmee zijn ze nog niet drukklaar. Zie de textielrichtlijnen voor transparante kledingontwerpen.
Resolutie, lettertypen en afbeeldingen
- Streef naar circa 300 ppi op eindformaat voor klein drukwerk en etiketten. Voor grootformaat is circa 150 ppi een richtwaarde; kijkafstand en ontwerp zijn bepalend. Vergroten of alleen de dpi-instelling wijzigen voegt geen echte details toe.
- Sluit lettertypen in of zet ze om naar contouren; sluit gekoppelde afbeeldingen in. Houd logo's, kleine tekst en QR-codes waar mogelijk vectorieel. Test QR-codes op eindformaat en behoud de vrije ruimte eromheen.
Visitekaartjes en flyers
- Voor ons gebruikelijke kleine drukwerk maak je 2 mm afloop aan elke zijde, tenzij een ander sjabloon is afgesproken. Laat achtergronden doorlopen tot de buitenrand van de afloop. Houd belangrijke inhoud minstens 3 mm binnen de snijrand.
- Voorbeeld: eindformaat 85 × 54 mm → 89 × 58 mm met 2 mm afloop per zijde. Lever voor- en achterkant als aparte PDF-pagina's met dezelfde oriëntatie aan, niet naast elkaar.
Gevouwen flyers
- Lever buiten- en binnenzijde op open formaat aan, elk als één PDF-pagina. Vermeld gesloten formaat, vouwwijze en leesrichting. Gebruik 2 mm afloop rondom de buitenranden, tenzij een ander sjabloon is afgesproken.
- Houd tekst minstens 3 mm van snij- en vouwlijnen. Het insteekpaneel van een wikkelvouw moet mogelijk smaller zijn: ga niet uit van gelijke paneelbreedtes. Spreek vouwposities af vóór export.
Brochures en binding
- Exporteer binnenpagina's als opeenvolgende losse pagina's in leesvolgorde, niet als ingeslagen spreads. Tel blanco pagina's mee. Houd het ingestelde formaat en de oriëntatie aan. Gebruik 2 mm afloop voor standaard binnenpagina's; houd tekst minstens 3 mm van de snijrand en extra ruimte bij de binding.
- Geniet: het totale aantal pagina's inclusief omslag moet deelbaar zijn door 4. Gelijmd: minstens 40 pagina's; rugdikte en omslagopmaak hangen af van papier en paginatal. Maak het volledige omslag pas na bevestiging van het rugsjabloon.
Tafeldisplays en wobblers
- Maak op open formaat met 2 mm afloop rondom de buitenste snijcontour, tenzij een ander sjabloon is afgesproken. Houd tekst minstens 3 mm van snij- en vouwlijnen. Geef snij-, vouw- en lijmvlakken op een aparte technische laag aan. Gebruik het goedgekeurde sjabloon voor paneelbreedtes.
Stickers: achtergrond en materiaal
- Een transparant bestand betekent niet automatisch transparant materiaal. Onbedrukte delen op wit papier of witte folie blijven wit. Transparante folie laat de ondergrond zien. Kies het materiaal en de beoogde achtergrond expliciet.
Kleine etiketten: afloop
- Streef bij kleine etiketten naar circa 300 ppi, laat achtergronden 2 mm buiten de snijcontour doorlopen en houd belangrijke inhoud minstens 3 mm daarbinnen, tenzij een ander sjabloon is afgesproken.
Contoursnijden en snijbestand
- Lever een gesloten vectorieel snijpad op schaal 1:1 aan op een aparte PDF-laag. Scheid het pad duidelijk van het ontwerp; het mag niet als zichtbare lijn worden meegedrukt. Spreek de technische padnaam en kleur vooraf af.
- Een transparante PNG-achtergrond vervangt geen snijpad. Losse letters, interne uitsparingen en fijne details vereisen een haalbaarheidscontrole. Beschrijf het gewenste resultaat in de opmerkingen als er geen geschikt pad is.
Posters en grootformaat
- Maak waar mogelijk op schaal 1:1 op de ingestelde afmetingen. Vermeld bij 1:10 expliciet de schaal en gebruik tienmaal de beeldresolutie in het bestand om de vereiste resolutie op eindformaat te behouden.
- Afloop, veilige zones en eventuele paneelnaden hangen af van materiaal en afwerking. Bevestig deze vóór de definitieve export; pas niet automatisch de 2 mm-regel voor klein drukwerk toe.
Roll-up: zichtbaar vlak en cassette
- 85 × 200 of 100 × 200 cm is het zichtbare vlak. Het productiebestand heeft ook extra materiaal voor de cassette nodig. Vraag het sjabloon voor de gekozen breedte; houd belangrijke tekst buiten de oprol- en klemzones.
Platen, borden en handborden
- Geef eindformaat en voor-/achterkant duidelijk aan. Toon gaten, bevestigingszones en eventuele handgrepen in een aparte referentietekening. Lever voor contoursnijden een gesloten vectorpad; bevestig minimale verbindingen en kleine uitsparingen voor het materiaal.
Vlaggen, displays en speciale vormen
- Gebruik het goedgekeurde sjabloon voor het gekozen model/SKU, formaat en de vorm. Het zichtbare formaat kan afwijken van het bestandsformaat. Houd rekening met naden, tunnels, paneelaansluitingen en verborgen zones; de schermillustratie is geen productiesjabloon.
Kleding en DTF-bestanden
- Lever elke drukpositie als eigen bestand met de gewenste drukbreedte/-hoogte in mm, bijvoorbeeld linkerborst en rug apart. Gebruik geen foto van een shirt als productiebestand; spiegel het bestand niet zelf.
- Gebruik een vector-PDF of transparante PNG met hoge resolutie, circa 300 ppi op werkelijk drukformaat. PNG blijft RGB; we spreken de drukconversie af. Behoud bedoeld wit in het ontwerp en verwijder ongewenste achtergronden. Witte onderlaag en zeer dunne lijnen vereisen aparte controle.
Lasergraveren
- Gebruik voor logo's en tekst bij voorkeur vector-PDF en zet lettertypen om naar contouren. Scheid graveren en snijden en vermeld formaat en positie. Lever hogeresolutiefoto's voor fotogravures. CMYK-kleuren worden bij graveren geen gedrukte kleuren; het resultaat hangt af van het materiaal.
Bestanden toewijzen en goedkeuring
- Gebruik duidelijke namen zoals BusinessCard_Design01_Front.pdf. Vermeld de hoeveelheid per ontwerp en wijs elk bestand aan het juiste product toe. Geef bij revisies expliciet aan welk bestand wordt vervangen.
- Uploaden en automatische controles zijn geen drukgoedkeuring. XPrint bevestigt openstaande vragen, de productieversie en planning vóór het drukken. Twijfels of een bestand boven 20 MB? Neem contact op met info@x-print.biz en vermeld de bestandsgrootte; maak het ontwerp niet onscherp door compressie alleen om binnen de limiet te blijven.
